| Oktober en November zijn bij uitstek de
maanden om bomen te planten. Er zijn veel soorten die met een paar meter
tuin genoegen nemen: klein blijvende heesters op 'n stam lijken op mini
bomen. Maar ook grote soorten kunt u prima in toom houden. |
Bij de keus van een boom ga je er van uit
hoe groot hij is in volwassen toestand. Boomkwekers delen de soorten
naar groeihoogte: 1e grootte 15 mtr en hoger, 2e grootte 8 tot 15 mtr en
de 3e grootte tot 8 mtr. Het lijky logisch een boom uit de derde groep
te kiezen, maar dit kan problemen geven. Bomen met een beperkte
groeihoogte kunnen echter erg breed worden. Die ruimte is juist vaak
beperkt en in de hoogte niet. er zijn echter veel veredelde zuilvormen
te vinden, andere groeien zo langzaam dat het jaren duurt voor ze
volwassen zijn. |
Kleine struiken als knotboom
Er is veel belangstelling voor kleinere struiken, op een
stammetje veredeld. Het stammetje is meestal van een soort uit dezelfde
familie, maar met meer groeikracht. Uitlopers of scheuten van zo'n stam
moet u direct weg halen. Populaire soorten zijn: Prunus triloba
(minikers op stam). Voor rijke bloei moet u de takjes elk jaar tot
10-15 cm vanaf de stam terug snoeien, na de bloei in het voorjaar. De
Hybiscussyriacus en Hydrangea paniculata bloeien in de nazomer, heesters
die het ook als knotboompje goed doen. De Cytisus (bremsoort) en Wyringa
mycrophylla (kleinbloemige seringensoort) doen het voor het begin van de
zomer erg goed. |
Kies de juiste zuilvorm
In de hoogte is er vaak ruimte genoeg. Fraaie zuilvormen
zijn de Sorbus aucuparia fastigiata (lijsterbes), Prunus ammanogawa en
de goudiep. De Italiaanse populier heeft ook een sprekende zuilvorm maar
is niet geschikt omdat hij te hard groeit.
Een kleine soort, de treurboompjes
Treurboompjes zijn van oorsprong kruipende struiken die
op een stammetje veredeld zijn: De Salix caprea pendula, (klein
blijvende katwilg), de Fagus sylvaticapurpereopenula (bruine treurberk,
de cotoneaster (dwergmispel),Morus (moerbij) en zelfs sommige
rozensoorten. Tenslotte nog de prieelberk.
Bolvormen op stam
U kunt zelf bolvormen op stam kweken door de kroon van
deze soort bomen elk jaartot 30 cm van de stam terug te snoeien. De
kroonvorm houdt u dan klein en rond. Laat u ze echter uit groeien dan
ontstaan kronen met een diameter van zo'n zes meter. Deze soort wordt op
zo'n 180 cm vanaf de grond veredeld. Voorbeelden: Robinia pseudoacacia
umbraculiferia (bol acacia), de Acer globosum (bol-esdoorn) |
 |
Hibiscus syriacus
Tuin hibiscus, bloeit in de nazomer
en herfst |
 |
|
Hydrangea paniculata
Pluimhortensia, knotboompje
op stam van zo'n 150 cm
Bloeit in de nazomer |
 |
Syringa microphylla
Kruidnagelboom
Bloei in de lente |
 |
|
Prunus amanogowa
zuilkers
Rijkbloeiend in het voorjaar |
 |
Fagus sylvatica atrop pendula
Bruine treurbeuk
Vooral geschikt in de
kleine tuin |
 |
|
Salix caprea pendula
Kleine treurwilg
Opvallend witte knoppen
in het voorjaar |
 |
Prunus triloba
Amandelboompje
Klein knotboompje direct
terug snoeien na de bloei |
 |
|
Betula tristis
treurberk, bij teveel takken
snoeien in de herfst i.v.m
snel op gang komende sappen
in het voorjaar |
 |
Catalpa bignonioides
Trompetboom
decoratieve, grote bladeren
Regelmatig knotten, om de
een of twee jaar. |
 |
|
Magnolia Nigra, foutief
tulpenboom genoemd
wordt door opsnoeien
van een hoofdtak een
bijzonder boompje. |
 |
Robina hispida
Acacia. Van oorsprong
een struik, Op de armste
zandgrond groeit hij nog
en de bloemen hebben een
bedwelmde geur. |
 |
|
Amelanchier laevis, de krent
Massale witte bloei in het
voorjaar en prachtige hersftkleuren
van de bladeren. Een geliefde
boom als solitair. |
 |
Rhus typhina,azijn of fluweelboom
Kleine boom met zacht behaarde
twijgen, prachtige herstkleuren en
rode pluimen in de nazomer. |
Het plantgat
Nadat u een gezonde boom (met onbeschadigde schors)
gekocht heeft, kunt u de plaats voor het plantgat bepalen. Het plantgat
moet ca 1/3 groter zijn dan de wortelpruik en de boom moet iets dieper
geplant worden dan hij eerst heeft gestaan. Controleer of de ondergrond
in het plantgat goed los is. |
De boompaal
In het plantgat plaatst u eerst de boompaal
aan de westzijde van de te planten boom.
Sla de paal in de grond met een houten
hamer of liever nog met een grondboor voor boren.
|
De boom
Controleer voor het planten de wortels
en de kroon op eventuele gebreken. Snoei
gebroken takken en wortels netjes bij.
Droge wortels eerst goed nat maken, de
grond hecht dan beter aan de wortels. |
Het planten
Nu kunt u de boom in het plantgat plaatsen,
ongeveer 10 cm vanf de paal. Schud de boom enkele keren bi het divht
gooien van het gat, de grond gaat dan goed tussen de wortels zitten.
Meng wat gedroogde koemest of compost door de grond, boven in het
plantgat.
Stamp na het schudden de grond voorzichtig aan. |
De boomband
Met boomband maakt u de boom aan de paal
vast. Bevestig het boomband zo dat de boom
niet direct in contact komt met de paal.
Doe dat door een acht te maken, in de ene
lus de boom, inde andere lus de paal.
Bevestig de boomband 10 cm onder de paal. |
Dit mag u niet vergeten
Het natmaken van de wortels voor het
planten is erg belangrijk, direct na het
planten heeft dat geen zin, de boom is
toch in winterrust. U bederft alleen maar
de structuur. In een droge paeiode
in de zomer is het soms wenselijk
water te geven. Op erg droge grond
kunt u wat potgrond in het plantgat
bij mengen, dit houdt het vocht langer
vast.
|